-
Het tragische
leven van Jan van Gilse (1881-1944) – een kort eerbetoon.
articles
home
Daan
Admiraal, juni 2003
-
-
De in
Rotterdam geboren Jan van Gilse moet een zeer getalenteerde muziekstudent zijn
geweest aan de twee Duitse conservatoria waar hij (o.a. bij Franz Wüllner)
orkestdirectie en compositie studeerde. Het oratorium Eine Lebensmesse
(1904) op een tekst van Richard Dehmel stamt uit zijn tweede studieperiode bij
Engelbert Humperdinck.
-
De start van zijn
carrière als componist verliep rooskleurig. Zijn werk werd regelmatig door het
Concertgebouworkest uitgevoerd, onder Willem Mengelberg en ook onder zijn eigen
leiding en in Duitsland kreeg hij twee prijzen voor nieuwe composities. Toen de
situatie in Duitsland verslechterde vanwege de oorlog keerde van Gilse een
tiental jaren na het afronden van zijn studie en na veel omzwervingen (Bremen
1906-08, Amsterdam 08-09, Rome 09-11, daarna München) in 1916 terug naar
Nederland. Hij was van 1917-1922 dirigent van het Utrechtsch Stedelijk Orkest (USO).
Daar werden zijn grote muzikale verdiensten voor het USO (hij werd door het
publiek en zijn musici op handen gedragen) in toenemende mate overschaduwd door
een controverse met componist en recensent Willem
Pijper, totdat hij in 1922 zwaar teleurgesteld
zijn ontslag nam. Ook de felle pen van componist-muziekcriticus Matthijs
Vermeulen moet hem erg gekwetst hebben. Na een vierjarig verblijf in Laren
en een jaar in Zürich (1926) woonde hij geruime tijd in Berlijn
(1927-1933). Dat Hitler aan de macht kwam was voor van Gilse een reden om
Duitsland te verlaten. Hij keerde in 1933 terug in Utrecht, werd directeur van
het conservatorium en van de muziekschool, maar nam in 1937 teleurgesteld
ontslag om zich geheel aan het componeren te wijden. Zijn magnum opus, de
dramatische legende Thijl naar Charles de Costers boek De legende en
de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak
in Vlaanderenland en elders werd op
29 november 1940 voltooid. Mede door zijn weigering om lid te worden van de Kultuurkamer heeft zijn muziek tot het einde van oorlog niet meer
geklonken.
-
In dit korte overzicht moeten nog twee verdiensten van Jan van Gilse genoemd
worden. Als organisator stond hij aan de wieg van twee belangrijke
Nederlandse organisaties:
-
- 1911.
Van Gilse richtte, samen met enige
anderen, het Genootschap van Nederlandse componisten op (rechtspositie van
componisten en de regeling van hun
-
auteursrechtelijke
vergoedingen);
-
- 1913. Oprichting (Nederlands)
Bureau voor Muziek-Auteursrecht, BUMA. Jan van Gilse was hiervan, vanaf het
begin (1913) tot het in 1942 door de Nazi's
-
werd opgeheven, de voorzitter.
-
-
Jan van Gilse heeft een volstrekt integere en moedige rol gespeeld in WO-II als
fel tegenstander van het nationaal-socialisme. Kort voor een Duitse overval in
februari 1942 op zijn Amsterdamse woning werd hij gewaarschuwd en moest hij
onderduiken. Van toen af begon voor hem en zijn vrouw een moeizaam leven,
vluchtend van het ene onderduikadres naar het andere. Op 1 oktober 1943 viel
Maarten van Gilse, de jongste zoon, door de kogel van de bezetter, op 28 maart
1944 stierf op dezelfde wijze zijn oudste zoon Janrik. Jan van Gilse is deze
elkaar zo snel opvolgende slagen nooit te boven gekomen. Op zijn laatste
onderduikadres bij de componist Rudolf Escher in Oegstgeest werd hij ernstig
ziek. Een kwaadaardige ziekte sloopte hem binnen enkele maanden en op 8
september 1944 overleed hij. Om anderen niet in gevaar te brengen werd hij onder
een andere naam in Oegstgeest begraven. De bekende beeldhouwer Mari Andriessen
maakte een
grafmonument: daarop laat de dodelijk gewonde strijder zijn zwaard
uit de ene hand vallen, maar houdt met de andere de lier hoog opgeheven.
-
-
Daan
Admiraal, juni 2003
-
-
Bronvermelding. Alle gegevens uit dit overzicht zijn afkomstig uit: Hans van
Dijk: Jan van Gilse, strijder en idealist. Frits Knuf,1988 ISBN 90 6027 537 3
-
-
-
-