Martinů, Legenda.
De Tsjechische tekst met de Nederlandse vertaling van Jeroen Balkenende. De vertaler heeft te kennen gegeven dat deze Nederlandse vertaling vrijelijk mag worden gebruikt door de Nederlandse koren.
|
B. Martinů, Legenda z dýmu bramborové nati |
Legende uit de rook van het aardappelvuur. |
|
instrumentaal |
|
| koor | |
| Ta dobrá máti pramenů a světla, bez níž by prý ani sedmikráska neodkvetla, trůnící nad brambořišti k slunci čelem, však nejkrásnější v dýmu doutnajících natí, |
Die goede moeder van de bronnen en het licht, zonder wie nog geen madeliefje zou bloeien, tronend boven de aardappelvelden met haar gezicht richting zon, maar op haar mooist in de rook van het smeulende loof, |
| když kolem ní chlapci jak poctiví svatí s umazanými ústy od popele v oblacích bramborové vůně k nebi stoupají a sníted´ o ráji. |
als om haar heen jongens als goede heiligen met hun monden vuil van as in wolken van aardappellucht ten hemel stijgen en van het paradijs dromen. |
| instrumentaal - blokfluit, klarinet, hoorn, accordeon, piano | |
| sopraan, koor (mormorando) - blokfluit, klarinet, hoorn | |
| Ta dobrá panímáma, v šeru kostela si stskající, sestoupila s oltáře a prošla září svící, šetrní venkované, sandály si zula za vesnicí. |
Die goede moeder, zich beklagend in de
donkere kerk, stapte van haar altaar, over de gloed van brandende kaarsen en trok net als de spaarzame dorpelingen buiten het dorp haar sandalen uit. |
|
sopraan, koor (mormorando) - blokfluit, klarinet, hoorn, piano |
|
| V tom kraji kamení a říček, kde modř nastřihala křidla vlaštoviček, potkala se se svým synem v poli. |
Daar in het land van stenen en beekjes, waar zwaluwvleugels het hemels blauw doorklieven, ontmoette zij haar zoon op het veld. |
| koor | |
|
Potkala se se svým synem v poli. |
Ontmoette zij haar zoon op het veld. |
| instrumentaal - blokfluit, klarinet, hoorn, piano | |
| koor - blokfluit, klarinet, hoorn | |
| Krev na bocích mu dávno zrezivěla a od trní rány kolem čela až v srdci matku bolí. Bez svatozáře, v tváři trochu vrásek, v záhybech šatů vůni z pasek, do stínu kříže usedla ta vdova. |
Het bloed op zijn zijden was reeds lang
roestig gekleurd maar de pijn van de doornwonden op zijn hoofd doordrong het moederhart. Zonder haar stralenkrans, met rimpeltjes op haar gezicht en de bosgeur nog in haar kleerplooien, ging de weduwe zitten in de schaduw van het kruis. |
|
alt (Maria) - klarinet |
|
| Můj synku milý, v kamení mé srdce uvěznili, a já bych chtěla žíti znova. Proč tvá i moje utrpení tesají lidé do kamení, pod nohy mi staví chladný svícen? |
Mijn lieve zoon, ze hebben mijn hart in stenen gevangen, maar ik zou zo graag opnieuw willen leven, Waarom worden jouw en mijn leed door mensen in steen uitgehouwen, en zetten ze aan mijn voeten kille kaarsen neer? |
|
alt (Maria) -piano |
|
| Chtěla bych být jako všechny ženy také z radosti a nejen z utrpení, Bosou nohou bych se chtěla dotknout petrklíče. |
Ik zou als alle vrouwen willen zijn, plezier willen hebben en niet slechts droefenis, en blootsvoets de sleutelbloemen beroeren. |
|
bariton (Christus) - piano |
|
| Matko moje milá, nemoje krev, ale láska kéž by lidi vykoupila. Což dost na tom není, že v jejich dlani, zrno čeká na spasení a květ z něho unese celou oblohu? Necht’ zvěetralý ten kámen spadne z našich ramen a k modru vzlétne srdce vězněné. At’ všechny sochy vystoupí již z přítmí a svatí at‘ se stanou lidmi, Z té země motýlů a pomněnek. |
Lieve moeder van mij, niet mijn bloed, maar mijn liefde moet de mensen bevrijden. Is het dan niet genoeg dat in hun hand een graankorrel op verlossing wacht en dat zijn bloesem het hele firmament draagt? Moge die verweerde steen van onze schouders vallen en ons gevangen hart naar de blauwe hemel opstijgen. Mogen alle heilige beelden uit het donker treden en mensen worden, mensen uit dit land van vlinders en vergeet-mij-nietjes. |
|
koor - piano |
|
| Když spěchali pláteníci na trh toho rána, z kostelíků, zvoniček se rozezněla hrana, hrana, hrana, která bouře, krupobití zahání. |
Toen de wevers zich 's morgens naar de markt
spoedden, klonk uit alle kerken klokgelui, dat storm en hagel verjaagt. |
|
koor - klarinet, piano |
|
| Ale ani větřík nehnul listem, jako v džbánku voda nebe bylo čisté. |
Maar er stond geen zuchtje wind, geen blad
bewoog, de hemel was helder als water in een kan. |
| koor - klarinet, hoorn, piano | |
| Ta kostelní vrata dokořán jsou otevřena, s oltáře prý sestoupila boží žena a někde bloudí po kraji. |
De kerkdeuren stonden wijd open, De Moeder Gods zou van het altaar zijn afgestapt en ergens over het platteland aan het dwalen zijn. |
| koor - klarinet, hoorn, accordeon, piano | |
| Kostelníci se to řici stydí, odešla prý mezi lidi, Zvony bijí na poplach a boží matku hledají. |
De kosters schaamden zich het te moeten zeggen, ze zou zich tussen de mensen hebben begeven. De klokken slaan alarm, Moeder Gods wordt gezocht. |
| koor - piano | |
| Ti nejzbožnější, co každou neděli o bohuslužbách v prvních řadách seděli, nelenili a vydali se za ní, to nejlepší vždy měli pro ni i novou svatozář jí pořídili loni. Ani u lidí nebyla bez důvěry, a vytesat ji dali s tváří starostovy dcery, svatých tito bodří mecenáši. I mužští chodili pak více do kostela, krásu tváře chválili i oblost těla mezi svými zdrávasy a otčenáši. Hledali ji od ranního šera i přes poledne až do večera, úřadů se ptali, u vrchnosti. |
De allervroomsten, die elke zondag bij de kerkdienst op de voorste rijen zitten, draalden niet en gingen meteen naar haar op zoek, ze hadden altijd het beste met haar voor en hadden haar vorig jaar nog een nieuwe stralenkrans gegeven. Maar ook het gewone volk eerde haar, haar gezicht was gebeeldhouwd naar dat van de burgemeestersdochter, door de gulle gevers aan al wat heilig is. Daardoor ging ook het manvolk vaker naar de kerk, haar mooie gezicht en haar lichaamsrondingen lovend tussen de wees gegroetjes en onze vaders door. Men zocht haar van 's ochtends vroeg de hele dag tot in de avond, overal informeerde men bij de autoriteiten. |
|
instrumentaal - klarinet, hoorn, piano |
|
| sopraan (Recitativo) - klarinet, hoorn, piano | |
| Zatím ona v plášti zrajícího žita, neučesaná a neumytá, podle zvyku venkovanů prostých spěchá k potoku, v němž zrána voda zebe. V prstech drží vítr jako hřeben a pročesává svoje dlouhé vlasy. Ty plavé vlasy! Nebylov nich zlata málo, jak by je světlo z písku rýžovalo, nad hladinou v těžké copy zaplétá si. |
Intussen is zij in een mantel van rijpende
rogge, ongekamd en ongewassen, zoals normaal is bij simpele dorpelingen, naar de beek met ijskoud water gerend. In haar vingers houdt zij de wind als een kam waarmee ze haar lange haren doorkamt. Die goudblonde haren! Zo goudblond, alsof de zonneschijn ze uit het zand gezeefd heeft. Boven het water maakt ze twee dikke vlechten. |
|
koor, sopraan - blokfluit, piano |
|
| Nepoznali ji. Nepoznali ji jak pospíchali kolem, viděli jen svoje lučiny a pole a u potoka vesničanku. |
Men herkende haar niet. Men herkende haar niet, terwijl men voorbij raasde. Men zag alleen de eigen weiden en velden en bij de beek een dorpsmeisje. |
| sopraan, alt, koor - blokfluit, piano | |
| Vesničanku, která sotva umí otčenáš a zdrávas, které chutná obyčejná strava, z hospody si nosí levné pivo v džbánku. Nepoznali ji. |
Een dorpsmeisje, dat waarschijnlijk
nauwelijks het onze vader kent, dat kan smullen van eenvoudig voedsel, en van een pul goedkoop bier uit de dorpskroeg. Men herkende haar niet. |
| sopraan, alt en koor | |
| Utrmáceni a rozmrzelí, s nepořízenou se do vsi navraceli, přesně podle úředního zvyku dali přisnou důtku kostelníku. |
Men herkende haar niet. Uitgeput en ontstemd keerde men onverrichter zake naar het dorp terug. Precies volgens de officiële regels gaf men de koster een berisping. |
|
instrumentaal (intermezzo) |
|
| koor - blokfluit, klarinet, hoorn, piano | |
| Jak seděli tak spokojeni radujíce se z moudrého usnesení, po vesnici roznesla se neuvěřitelná zpráva. Chlapci, co na stráních kozy pásli, prý boží matku našli, dobře se jí vede a je zdráva. |
Terwijl men daar tevreden zat, vergenoegd met dit wijze besluit, verspreidde zich door het dorp een ongelooflijk bericht. De jongens die op de hellingen de geiten hoedden zouden Moeder Gods hebben gevonden, Ze maakt het goed en is gezond. |
| koor - piano | |
| Kde že byla? Starší z obce z lavic vyskočili a přesdžbánek hleděli do tváří chlapců plných sily, v jejichž očich pole kvetla. |
Wáár was ze? De dorpsoudsten sprongen van hun bankjes op, en keken over hun bierpullen naar die jongens vol kracht, in wier ogen de velden bloeiden. |
|
sopraan, koor - accordeon, piano |
|
| Chlapci snědí, jako by je slunce vypálilo z hlíny, po niž chodí břízy a nad níž zrají jeřabiny do hořkého světla, ani trochu neshrbili před staršími záda, odpřisáhli na své pruty, na svá kozí stáda, kde boží matku viděli. |
Die bruinverbrande jongens, alsof de zon hen
had gebakken uit klei waarop berken groeien en lijsterbessen bitterrood rijpen in de herfstzon, bogen geenszins voor die oude mannen, ze zwoeren bij hun herdersstaf, bij hun geitenkudde, waar ze Moeder Gods gezien hadden. |
|
mannenkoor a capella - piano |
|
| Inu, jak jsme v polích kozy pásli, mezi ženci seděla a pochutnávala si na podmásli. Každý se s ní o své sousto rozdělil. Jako na oltáři měla vlasy zlaté, Místo svatozáře květovaný šátek a zrovna pot si utírala s čela. Jako by už dávno byla mezi námi, každý z nás v ní viděl něco ze své mámy. Vždyt‘ prý také syna měla. |
Welnu, toen we op de velden onze geiten aan het
hoeden waren, zat ze daar temidden van de maaiers van de karnemelk te proeven. Iedereen deelde wat met haar. Net als op het altaar had ze gouden haren, alleen had ze in plaats van een stralenkrans een gebloemd sjaaltje en veegde ze het zweet van haar voorhoofd. Alsof ze al tijden bij ons was zagen we in haar allemaal iets van onze moeder. Ze heeft zelf immers ook een zoon gehad. |
|
instrumentaal - klarinet, hoorn piano |
|
| bariton | |
| Tito chlapci jako srnci ostražití, bdělí, co věděli, to pověděli, pravdiví jak jejich tvář k obrazu v bystřině. Zatím co v nedopitých džbáncích piva tvář staršich obce zrcadlí se křivá jak po smutné hostině, |
Deze jongens, waakzaam en oplettend als reeën, vertelden wat ze wisten, zo eerlijk als het beeld van hun gezicht in een beekje. Terwijl de half leeggedronken bierpullen de scheve gezichten van de dorpsoudsten weerspiegelden als na een begrafenismaal, |
| koor - blokfluit, klarinet, hoorn, accordeon, piano | |
| boží máti, sestřenice jeřábu jak plamen čistá, srdcem našla svého syna v těchto chlapcích plných života a síly. K čemu by jí bylo šero kostela a slzy voskovice, když kolem ní ted‘ plály prudkým světlem slunečnice. Ta dobrá máti pramenů a světla, bez niž by prý ani sedmikráska neodkvetla dále mezi námi žije odvěká. P boku chlapců, jež vedle poskakují bosí, vrací se do kamení i v dřevo chvějíchich se osik se srdcem člověka. |
heeft Moeder Gods, nicht van de lijsterbes als
een vlam zo helder, met haar hart haar zoon gevonden in deze kerels vol levenslust en kracht. Wat kunnen haar de donkere kerk en de druipende kaarsjes nog schelen, met om haar heen de schittering van het felle licht van de zonnebloemen? Die goede moeder van de bronnen en het licht, zonder wie nog geen madeliefje zou bloeien, leeft voor eeuwig onder ons. Aan de zijde van de jongens, die blootsvoets rondhuppelen, keert zij terug naar de stenen en het hout van de trillende espen met een mensenhart. |
|
|
|
|
Mihoslav Bureš |
Vertaling: Jeroen Balkenende |