Trilogie van Julius Röntgen (1855-1932) dinsdag 08 augustus 2006
Over deze vergeten compositie van Julius Röntgen waart de geest van Johannes Brahms. Het stuk uit 1929 is waarschijnlijk nog nooit uitgevoerd. Het verscheen april 2005 voor het eerst in druk in de serie Schatten van de Nederlandse koormuziek. Het vormt een dankbare kleine aanvulling op het romantische repertoire voor koor en orkest. Omdat de teksten spreken over verzoening, troost, vergankelijkheid en de dood passen ze uitstekend in een voorprogramma bij Ein Deutsches Requiem van Brahms.
Philharmonisch Koor Toonkunst zal op 30-06-2005 de eerste uitvoering zingen op het IKF in Arnhem.
Trilogie voor gemengd koor en orkest (3223 / 4230 / timp perc arp cel / archi) 15'
tekst:
I. Spruch, Christian Morgenstern (1920, Epigramme, Sprüche und ähnliche lyrische Formen?);
II, Hymne, Christian Morgenstern (1914 Wir fanden einen Pfad, Gedichtsammlung);
III, Epilog, Herbert Alberti
21 februari 1929 (1926?)
autograaf partituur 34 pp. (Haags Gemeentemuseum)
uitgave: Schatten van de Nederlandse koormuziek / Treasures of Dutch Choral Music
TDCM 4. ed. Ton Braas (2005). ISBN 90 6375 204 0
| Christian Morgenstern (1871-1914) werd is bij velen vooral bekend om zijn satirische en humoristische Galgenlieder. Maar in datzelfde jaar publicerde hij ook Melancholie waarin een andere kant van zijn dichterschap naar voren komt: natuurgedichten en gevoelslyriek. Hij leed sedert 1893 aan tuberculose. Tijdens een van zijn vele verblijven in een sanatorium werd hij religieus. Hij sloot zich in 1909 aan bij de antroposofie, een levensbeschouwelijke groep rondom Rudolf Steiner (1861-1925). Die omslag in zijn leven leidde tot de dichtbundel Einkehr (1910). |
![]() |
Vooral in het tweede gedicht Hymne zijn het licht, de aarde, de eeuwigheid, het
vloeien om een paar onderwerpen uit het gedicht te noemen typisch
antroposofische onderwerpen. Ook het Goddelijke Dir dat
niet naar de specifiek Christelijke God verwijst staat in een context die lijkt te
verwijzen naar het antroposofische reïncarnatie-geloof:
Doch in Deine Harmonien kehren heim, die Dir entstammt.
De beelden van het gedicht tenslotte doen ons sterk denken aan de abstracte tekeningen met gekleurde
cirkels die Vrije School-kinderen vaak maken.
Het eerste gedicht behoeft geen toelichting meer zodra men beseft dat met der
Reinste, der Größte Christus is bedoeld - Christus is in het antroposofie een belangrijk voorbeeld. Vergeleken met de vele spitsvondige
satirische gedichten die Morgenstern maakte heeft dit gedicht wel het niveau van brave
tegeltjeswijsheid.
Bij het derde gedicht van Herbert Alberti lopen wij aan tegen een groot vertaalprobleem. Het woord Müdigkeit betekent niet alleen moeheid maar heeft daarnaast ook veel literaire bijbetekenissen en associaties. Zo schreef de Oostenrijkse schrijver Peter Handke er in 1989 een heel essay over, Versuch über die Müdigkeit. Uit dat essay over Don Juan:
Den Don Juan stelle ich mir . . . nicht als einen Verführer, sondern als einen jeweils zur richtigen Stunde, in Gegenwart einer müden Frau, müden, einen immer-müden Helden vor, dem so eine jede in den Schoss fallt. . . Uit datzelfde essay: Die Inspiration der Müdigkeit sagt weniger, was zu tun ist, als was gelassen werden kann . . . . Ein gewisser Müde als ein anderer Orpheus, um den sich die wildesten Tiere versammeln und endlich mitmüde sein konnen . . . .Een andere schrijver gebruikte het woord aldus:
Die satte, warme Müdigkeit des endenden Tages. Die Aktivität bewegt sich spiralig gegen den Nullpunkt, die Reize klinken sich aus. ...In gewisser Weise hängt diese Müdigkeit zwischen den Zuständen des Wachseins und des Schlafs. Sie vereint die Helligkeit des Wachen mit dem Kontinuum des Schlafs.
Ik heb het woord Müdigkeit daarom met
(aandachtig) loslaten vertaald.
tekst:
| I. Verkennen dich die Menschen, o so tröste dich der Gedanke, was der Reinste1, der Grösste im Herzen litt, als er die Welt erlöste. Sein tiefer Schmerz muss deinen Schmerz versöhnen. Wie darfst du da noch bittrer Klage fröhnen, wenn sie dein kleines Tagewerk verhöhnen? Christian Morgenstern | I. Als de mensen je miskennen, o moge de gedachte je troosten wat de Zuiverste, de Grootste in zijn hart geleden heeft toen hij de wereld verloste. Zijn diepe smart moet jouw smart verzoenen Hoe kun je je dan nog aan geklaag overgeven als ze je kleine alledaagse werk bespotten? |
| II. (Hymne) Wie in lauter Helligkeit fliessen wir nach allen Seiten… Erdenbreiten, Erdenzeiten schwinden ewigkeiten weit… Wie ein Atmen ganz im Licht ist es, wie ein schimmernd Schweben… Himmelslicht in Deinem Leben2 lebten je wir, je wir nicht? Konnten fern von Dir3 verziehen, flohen Dich verbannt, verdammt? Doch in Deine Harmonien4 kehren heim, die Dir entstammt. Christian Morgenstern | II. Als in een helder licht vlieden wij heen naar alle kanten ... Aardse maten, aardse tijden verdwijnen in de wijde eeuwigheid... Als een ademen in het volle licht is het, als een glinsterend zweven hemels licht, in jouw leven leefden wij, of toch niet? Hoe konden ons van U afwenden, vluchtten wij voor U, verbannen, verdoemd? Maar in Uw Harmonie keren terug naar huis die van U afstammen. |
| III. Tod, du wirst kommen zur rechten Zeit, was kann uns frommen als Müdigkeit5, was können wir erben und was erwerben, als Müdigkeit, zur rechten Zeit zu sterben. Herbert Alberti | III. Dood, jij zult op het juiste moment komen wat anders kan ons helpen als het loslaten, wat anders kunnen wij erven en verwerven als het loslaten, op het juiste moment te sterven. |
Voetnoten.
| 1. | der Reinste: bedoeld is Christus. |
| 2. | Himmelslicht in Deinem Leben lebten wir: het licht wordt gezien als levensbrengende kracht. |
| 3. | Dir: een niet nader omschreven God. |
| 4. | Harmonien: men denke aan de harmonie der (hemelse) sferen, de hemelse oorsprong van alle wezens. |
| 5. | Müdigkeit: hier misschien het beste vertaald als: overgave, het overlaten, aandachtig loslaten. |