Strauss, Alpensymphonie dit artikel is nog
concept
© 2012 Daan Admiraal
Programmatoelichting voor 2
jubileumconcerten 50 jaar VU-orkest
21&23-01-2012 Oosterpoort en
Concertgebouw.
„Für mich ist das poetische Programm nichts weiter als der Form-bildende
Anlass zum Ausdruck und zur rein musikalischen Entwicklung meiner Empfindungen –
nicht, wie Sie glauben, nur eine musikalische Beschreibung gewisser Vorgänge des
Lebens.“
Het beklimmen van een onbekende bergt zonder
routebeschrijving of gids is een hachelijke onderneming. Voor een luisteraar die
misschien voor het eerst de Alpensymphonie beluistert kan het het behulpzaam
zijn om door een gids op de belangrijkste aandachtsplekken gewezen te worden.
Als dirigent vind ik het leuk in dit programmaboekje Uw gids te zijn. Het VU-Orkest
heeft met mij de weg van Strauss van het dal naar de top en dan met slecht weer voor het donker
valt in allerijl weer terug de laatste
maanden veelvuldig afgelegd. Ik zal U in deze korte toelichting wijzen op het belangrijkste wat er onderweg
passeert. Daarbij volg ik nauwgezet de 'gps waypoints' die Richard Strauss in de
partituur heeft geschreven die alle met hun beschrijvende 'visuele' beelden het stuk verdelen in 22 episodes.
Het is overigens maar zeer de vraag of we alle
beschrijvingen zo letterlijk moeten nemen. Want hoe beeld je met muzikale
middelen een bos, een gletsjer of bergtop uit? Dat kan helemaal niet en dat
heeft Monteverdi rond 1600 in een brief al voor eens en altijd uitgelegd. Daarom is de
Wikipedia-pagina over de Alpensinfonie met plaatjes van een koe in een alpenwei om Auf der
Alm te verduidelijken en een foto van een gletsjer onzinnige uitlegkunde. Strauss kon met een
symfonieorkest geen koe of gletsjer uitbeelden. Hij koos gelukkig niet voor een realistisch boe-geluid maar gebruikte
net als Mahler koebellen om onze associatie met een alpenwei op te
roepen.
-
|
1. Nacht.
Strauss schildert de nacht met duistere lage klanken door middel van wat in de 'moderne' muziek
een klankveld heet. Het ontstaat hier doordat van de dalende toonladder
waar het stuk mee begint alle noten blijven
doorklinken zoals bij een pianist die het rechterpedaal ingedrukt houdt:
|
 |
| |
|
- Dan klinkt een plechtig drieklankmotief in het lage koper (4 trombones en tuba).
Het markeert later het bereiken van de top en ik noem het daarom het
- 'topmotief':

- Omdat de top het doel van de hele onderneming is komt
wordt dit 'topmotief' meteen als muzikaal motto aan de orde gesteld.
-
- 2. Sonnenaufgang
- Vanuit de duisternis leidt een kort crescendo naar de de eerste stralende climax, het
is meteen een van de muzikale hoogtepunten van het hele stuk. Hier
verschijnt de zon
niet geleidelijk zoals in werkelijkheid maar hij is opeens stralend
aanwezig. Natuurlijk wordt een zonsopgang nooit begeleid door 3 bekkenslagen maar hier zijn
ze zeer op
hun plaats:

- Het is mooi gemaakt: de melodie van de zonsopgang is een variant van de melodie van de nacht.
Ze delen hetzelfde melodisch-ritmische motief. Daardoor is het een
zonsopgang met een dalende melodielijn - in de barok ondenkbaar.
Er volgen overigens hierna prachtige opstijgende Sonnenaufgang lijnen.
-
- 3. Der Anstieg.
- Dan begint de eigenlijke klim en Strauss bedacht daarvoor een zeer
vitaal omhoog strevend thema (ik noem het 'klimthema-1'). Het staat in Es-groot, de toonsoort
die men sinds Beethovens Eroica Symfonie tot de dag van
vandaag heroïsch noemt. Het stijgt over drie octaven op
van de lage celli en bassen tot in de violen:

Dan heeft de operacomponist Strauss een theatrale verrassing in petto: een groep off-stage blazers (12 hoorns, 2 trompetten, 2 trombones) laat kortstondig
van zich horen. Wat heeft de componist ertoe bewogen om 16 extra musici te
laten opdraven voor exact 20 maten? Laten we het er maar op houden dat hij koos
voor het afscheid van de bewoonde groene lagere bergwereld door middel van een
hoornblazend jachtgezelschap.
Als afsluiting fungeert een nieuw thema, 'klimthema-2', in een kenmerkend gepuncteerd
ritme:
4. Eintritt in den Wald.
Net als we bij de zonsopgang bekkenslagen hoorden wordt het betreden van het bos met
een theatraal middel aangeduid. Een tamtam-klap en we zijn in het bos.
Het lijkt alsof Strauss ervoor heeft gekozen de donkere kant van het bos
uit te beelden in c-mineur. Het strijkorkest speelt een begeleiding van
drieklanken die zijn opgebouwd op de laagste open snaar en de contrabassen
spelen de lage c. Lager, donkerder kan het niet:
Hindemith noemde zo'n partituurfragment dat mooi is om te bekijken
Augenmusik. Is dit het Waldesrauschen - wilde Strauss hiermee het geruis van de wind door de
bladeren of door de naalden van de coniferen laten klinken?
5. Wanderung neben dem Bache. 6. Am Wasserfall; 7. Erscheinung;
8. Auf blumigen Wiesen.
Nu komen er vier episodes langs waarbij U niet meteen zult zeggen: aha, daar
hoor ik de beek en dat is de waterval. Bij Schubert kun je de beek vaak niet
missen. In zijn beroemde lied Wohin hoor je eerst een
kabbelend beekje in de piano waarop de zanger zingt: Ich hört' ein
Bächlein rauschen. Zonder verklarende tekst van een zanger en zonder partituur is
in de Alpensymfonie de waterval moeilijk te traceren. De violen
spelen virtuoze korte nootjes, snelle dalende drieklanken - vallende
waterdruppels? Maar toch er is een aanwijzing! Kijkt U uit naar de triangelspeler. Hij speelt als een
Griekse watergod triangel in de waterval. Als U hem ziet spelen
staat U naast de waterval. Maar wat er aan Strauss' geestesoog voorbij trok bij
7. Erscheinung? Ik heb geen idee! Er is één
voordeel: elke muziek kan deze titel verklanken. Pas
na de bloemenwei (vogelgeluiden in de hoge houtblazers) is er weer iets dat
zonder twijfel traceerbaar is.
9. Auf der Alm
De alm wordt op 3 verschillende manieren gekarakteriseerd. Vooral door deze 'jodelmelodie':
afgewisseld door een wiegend thema in de pastorale 6/6 maat:
en van couleur locale voorzien door Herdengeläute, dezelfde koebellen
die Mahler zo graag gebruikte (leise, wie von Ferne).
10. Durch Dickicht und Gestrüpp auf Irrwegen
Het pad word lastig en de muziek krijgt dissonante, gekwelde, morbide trekken.
11. Auf dem Gletscher
Hoe typeer je een gletsjer met muzikale middelen? Strauss deed het zo,
met deze melodie die een paar keer word herhaald:
12. Gefahrvolle Augenblicke
Het lijkt wel of Strauss hier vlak voor de top een aantal individuele klimmers
uit het gezelschap
(soloblazers en solo-cello) heeft willen uitbeelden, aarzelend en
struikelend. Hun
pogingen zijn alle getypeerd met klimthema-2 en hun mislukking volgt in een reeks dalende
triolen, infernotriolen zoals Liszt ze gebruikte om onheil aan te
duiden:
We horen 8 pogingen: de fagot, de hoorn&trompet, fagotten, 2 hoorns, de
solo-cello, de trombone, alten&celli, de trompet maar dan bereiken 3
hoorns&trompet de top.
- 13. Auf dem Gipfel
- Bij het bereiken van de top klinkt glorieus en stralend in het koper het 'topmotief' dat we in
het begin al in het nachtelijk duister hoorden:

-
- Strauss stelt de euforie die een topbeklimming vaak
vergezelt nog even uit maar vervolgt met een meditatieve hobo-solo:
-

-
- Pas als de hobosolo voor de tweede keer heeft geklonken volgt de euforie
in een hymne, een van de meest
grandioze ideeën van het hele stuk:

-
- Hierna zijn de volgende scènes moeilijk te traceren:
14. Vision; 15. Nebel steigen auf; 16. Die Sonne verdüstert sich allmählich; 17. Elegie
-
- 18. Stille vor dem Sturm
- De stilte van de storm wordt door een onverwachte donderroffel op pauk en grote trom
aangekondigd en het daarop volgende
- 19. Gewitter und Sturm, Abstieg
met zijn dalende chromatische toonladders, gekrijs in de blazers en
voortdurend inferno-triolen kan niemand
missen.
- Neemt het gezelschap dezelfde weg terug als de heenweg? Ik heb het nu
over de muzikale vorm. Nee, maar we we
herkennen wel fragmenten uit achtereenvolgens 6 .Am Wasserfall 9. Auf
der Alm 4. Eintritt in den Wald.
-
- 20. Sonnenuntergang (Sunset)
- De storm en daarmee ook de componist zijn uitgeraasd. Strauss gebruikt
hetzelfde thema voor de zonsondergang als hij voor de zonsopgang gebruikte, maar in een vier
keer zo trage beweging waardoor een intense rust ontstaat. De muziek is qua
sfeer sterk verwant met Im Abendrot uit de meer dan veertig jaar later
gecomponeerde Vier letzte Lieder:

- 21. Ausklang
- Na de zonsondergang blijft in de Ausklang alleen het orgel over, een
instrument dat we associëren met de kerk. Als het
religieus bedoeld zou zijn doet het denken aan Beethovens roerende toevoeging
aan zijn 15e
strijkkwartet op.132: Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit.
Voor de Alpensinfonie geparafraseerd: Heiliger Dankgesang an die Gottheit
für uns're unverletzte Rückkehr ins Tal nach der gefahrvolle Gipfelbesteigung.
- Maar Strauss was Nietschiaan en a-religieus en de muziek voelt ook niet als religieus maar
is prachtig verheven en van een diepzinnige ernst. De melodie
die ik eerder de hymne heb genoemd wordt eerst met noblesse gezongen door de
houtblazers waarna de strijkers het overnemen.
-
- 22. Nacht
- Dan is de cirkel rond: dezelfde dalende toonladder als uit het eerste
muziekvoorbeeld legt weer een duister klankveld neer. Het topmotief klinkt
plechtig in het lage koper, maar nu als herinnering.