- Bartók en de gulden snede. articles
home
© Daan Admiraal, 2005
-
- De Hongaarse onderzoeker Ernő Lendvai heeft zich beziggehouden met het voorkomen van de gulden snede als
tijdsverhouding in de vorm van
de werken van Bartók en daarover gepubliceerd in een uitgebreid artikel
1.
-
- De gulden snede werd in de
schilderkunst veel gebruikt als ordenend element in de compositie. Men
spreekt van een gulden snede als een afstand zodanig in twee
ongelijke delen wordt verdeeld dat de verhouding van het kleinste tot het
grootste deel dezelfde is als de verhouding van het
grootste deel tot het geheel:
Voor bovenstaand voorbeeld geldt 13 : 21 = 21 : 34 =
circa 0,618.
De verhouding volgens de gulden snede is ook aanwezig in de zogenaamde fibonaccische
getallenreeks, waarin elk nieuw getal de som is van de twee voorafgaande
getallen.
2 : 3 : 5 : 8 : 13 : 21 : 34 : 55 : 89 :
(2+3=5 / 3+5=8 / 5+8=13 etc.)
Naarmate de getallen groter zijn wordt de
verhouding 0,618
steeds
nauwkeuriger bereikt.
- Om bij muziek deze verhouding vast
te stellen moet je exact meten. Fermates, ritenuto en
accellerando maken exact meten
onmogelijk: de tijdsduur daarvan kan in diverse uitvoeringen aanzienlijk
verschillen. In feite kun je de compositie dan niet exact meten maar meet je alleen de uitvoering.
- Lichtgelovigen zijn gewaarschuwd: bij maatwisselingen kan de maat niet als eenheid
genomen worden. Lendvai beseft
deze moeilijkheid terdege als hij schrijft (p.118): 'der wechselnden Taktordnung
wegen ist die Taktzahl nicht maßgebend.' Gemeten
moet worden met de kleinste ritmische eenheid van alle maten, zoals hij dat ook
terecht doet door middel van de trioolachtste in het Divertimento voor
strijkorkest.
-
- Op dezelfde
bladzijde waarin Lendvai
de correcte meetmethode vaststelt komt hij met een voorbeeld uit de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en
celesta. Laten we hem letterlijk citeren (p.118, 119):
-
-
-
89
|
- 55
|
-
34
|
-
34
|
- 21
|
- 13
|
- 21
|
- positiv
|
- negativ
|
- Abb.14, p.119 uit
Béla Bartók. Weg und Werk. Bartók, Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en
celesta, deel I, de secties in maten (Lendvai).
-
- 'Vergleichen wir diese Zahlenreihe mit den Proportionen des Fugensatzes der
Musik. Der Satz erreicht
durch allmähliche Steigerung aus dem Pianissimo den Siedepunkt (forte-fortissimo)
und fällt dann stufenweise in das piano-pianissimo zurück. Die 89 Takte
des Satzes werden durch die Kulmination in 55+34taktige Glieder geteilt (vgl.obige
Zahlenreihe; die 88 Takte der Partitur müssen wir nach dem Muster der Bülowschen
Beethoven-Analysen um einen pausierten Takt ergänzen).'
-
- Laten we voordat we verder gaan met Lendvai's
betoog eerst even de partituur er bij nemen (Universal Edition
10815) en zijn metingen controleren.
- Het eerste deel bestaat uit 88 maten. Lendvai wilde
daar
kennelijk graag 89 maten van maken omdat dat aantal maten dan zo mooi overeenstemt met
het getal 89 uit de hierboven aangegeven Fibonaccische getallenreeks. Hij begint
dus
meteen al met het vervalsen van zijn metingen door uit te gaan van 1 door Bartók
niet opgeschreven maat en die mee te tellen. Ik voorspel een volksopstand als
automobilisten aan de pomp per tankbeurt één extra liter niet geleverde
benzine moeten betalen. Waarom mag Lendvai die niet bestaande maat
meetellen? Omdat 'Hans von Bülow dat ook bij Beethoven deed' (iets waarover
wij
Hans von Bülow graag wat kritische vragen zouden willen stellen).
- Na dit eerste bedrog komt een veel groter
tweede bedrog als blijkt dat het hele betoog van Ernő
Lendvai gebaseerd is op de verhouding van aantallen maten, terwijl
hij ons zojuist terecht heeft geleerd dat je dat
bij wisselende maatsoorten niet mag doen omdat der
wechselnden Taktordnung wegen die Taktzahl nicht maßgebend
ist. En juist het eerste deel van de Muziek is een
klassiek voorbeeld van een wechselnde Taktordnung.
Bartok gebruikt hier 8 verschillende maatsoorten:
- 5/8, 6/8, 7/8, 8/8, 9/8, 10/8,11/8 en 12/8.
- Ernő Lendvai heeft niet alleen het
aantal van 88 maten gecorrumpeerd door er een niet bestaande 89ste 'von
Bülowsche'
maat bij te
tellen, hij rekent ons daarna, en tegen beter weten in, de gulden snede voor door die 8 verschillende
lengte-eenheden te behandelen alsof er sprake zou zijn van 1 eenheid.
Hoe zou de wereldkaart er uit zien als cartografen
zouden meten in centimeters, inches, duimen, palms, Engelse en Amerikaanse
voeten, yards, vadems en zeemijlen, parasangen, stadiën,
Rijnlandse roedes, nanometers en lichtsecondes en die als gelijkwaardig
lengte-eenheden
zouden beschouwen?
-
- Vaak wordt de gulden snede in het werk
van Bartók genoemd onder verwijzing naar de onderzoekingen van Ernő Lendvai.
- Zijn corrupte metingen zijn onder
andere door de gerenommeerde muziekuitgeverij Bärenreiter gepubliceerd in
een overigens zeer lezenswaardig boek met artikelen over Béla Bartók. Het
daarin opgenomen artikel van Lendvai bevat een aantal interessante en
inzichtbevorderende analyses van het harmonische systeem van Bartók en de
structuur van zijn melodieën
en akkoorden. Het is jammer dat het zo ernstig wordt ontsierd
door deze blunder over de gulden snede.
-
- Laten we aan het einde van dit artikel de hierboven besproken verhoudingen
in de Muziek op basis van de
kleinste eenheid met de rekenmachine narekenen om de omvang van de meetfouten
van Lendvai
vast te stellen.
-
- Tabel A.
- Abb.14, p.119 uit Béla Bartók. Weg und Werk.
- Bartók, Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en
celesta, deel I, de secties in maten (Lendvai):
-
89
|
- 55
|
-
34
|
-
34
|
- 21
|
- 13
|
- 21
|
- positiv
|
- negativ
|
-
- Tabel B.
- Bartok, Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en
celesta, deel I, dezelfde secties omgerekend in achtstenoten
- (Admiraal):
-
706
|
-
448
|
- 258
|
-
273
|
- 175
|
- 85
|
- 173
|
- positiv
|
- negativ
|
- Tabel C.
- De verhoudingen van tabel B eerst omgezet in decimale
breuken en daarna vergeleken met de gulden snede (Admiraal):
- Van getalsverhouding naar decimale breuk.
-
|
- De decimale breuk uit de eerste kolom in verhouding tot de
gulden snede 0,618.
|
- De afwijking van de gulden snede in %.
-
|
- 175:273= 0,641
|
- 103,721%
|
- 3,721% hoger
|
- 273:448= 0,609
|
- 98,543%
|
- 1,457% lager
|
- 85:173=0.491
|
- 79,449%
|
- 20,551% lager
|
- 173:258=0.670
|
- 108,414%
|
- 8,414% hoger
|
- 258: 448=0,576
|
- 107,291%
|
- 7,291% lager
|
- 448:706=0,634
|
- 102,589%
|
- 2,589% hoger
|
- Conclusie.
- De claim van Ernő Lendvai dat er
in het eerste deel van de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en
celestabij van
Béla Bartók in de verhoudingen van de vormdelen
qua tijdsduur sprake zou zijn van een gulden snede is gebaseerd
op corrupte rekenmethodes. Als we van de door hem vastgestelde 7 vormdelen in
de
Muziek de 6
tijdsduurverhoudingen narekenen blijken de
afwijkingen ten opzichte van de gulden snede uiteen te lopen van
-20,551% tot +8,414%. De claim dat hier sprake is
van de gulden snede mist daarom elke rekenkundige onderbouwing.
-
- 1. Einführung in die Formen- und
Harmonienwelt Bartóks, artikel van Ernő Lendvai in Béla Bartók. Weg und
Werk, 1957 Corvina verlag Budapest; 1972 Bärenreiter Kassel. ISBN
3-7618-0244-7.