- Bruckner, Mis nr.3 in f, versies articles
23-06-2006
-
- De eerste uitgave van Bruckners Mis nr.3 in f die in 1894 in druk verscheen was
een zwaar bewerkte versie. In die uitgave stammen alle afwijkingen van Bruckners
origineel van de hand van Bruckners leerling, de dirigent Joseph Schalk. Deze hartstochtelijke Bruckner bewonderaar
was net als vele anderen
de mening toegedaan dat Bruckners partituren konden worden verbeterd met coupures en
een herziene
instrumentatie. Bruckner was uitermate ontstemd over de veranderingen
die Schalk zonder zijn toestemming in de mis had aangebracht. Daarover ontstond tussen
leraar en leerling 'einen argen Zwist'.
-
- Omdat het Bruckner-beeld in de concertzaal sterk werd vertekend
door gecorrumpeerde Bruckner-uitvoeringen en het muziekleven wachtte op een
Urtext-editie werd in 1929 in Wenen de Internationale
Brucknergesellschaft (IBG) opgericht. Die heeft Bruckners muzikale
nalatenschap in een
Kritische
Gesamtausgabe voor de muziekpraktijk toegankelijke gemaakt. Zo kon de
muziekwereld pas in 1944 kennismaken met de Mis in f zoals die Bruckner voor
ogen stond in plaats van de Mis in f artificially coloured by Joseph Schalk.
Het is spijtig dat de Musikwissenschaftlicher Verlag die de uitgaven van
de IBG verzorgt het orkestmateriaal slechts in huur levert. De bibliotheken
van de Nederlandse korenorganisaties verhuren aan hun leden wel de corrupte
versies van de mis, maar kunnen helaas het Urtext-materiaal niet leveren. De enige versie waarover de
Toonkunst Bibliotheek in Amsterdam beschikt is de Wöss-Fassung. Ik weet niet of Wöss gebaseerd is op Schalk, in ieder geval is Wöss
onbruikbaar. Ook de Christelijke Zangersbond heeft ondeugdelijk
orkestmateriaal, ik weet niet welke Fassung dat is. Het eenvoudigste
identificatie-criterium voor gecorrumpeerd orkestmateriaal is simpelweg het
aantal van 4 hoorns, Bruckner schreef 2 hoorns voor. Ik
raad elk koorbestuur aan de muziek gewoon bij de firma Albersen in Den Haag
te huren. De hogere huurprijs wordt zeker terugverdiend door de met 2
hoornsspelers te reduceren orkestbezetting!
-
- De Urtext-edities.
- 1944 Gesamtaugabe, Robert Haas (GA,1944)
- 1960 Kritische Gesambtausgabe, Leopold Nowak, 1960 (KGA,1960,
2., revidierte Ausgabe)
-
- Gearrangeerde edities.
- 1894 Mis nr.3 in f, arr. Joseph Schalk (Schalk)
- 1924 Mis nr.3 in f, neu revidiert von Josef V. Wöss (Wöss,1924),
Orgel ad lib. (nach Professor S. Ochs*)
-
Universal-Edition Nr. 2898
-
- De verschillen tussen Wöss en KGA-1960
- betreffen de volgende
categorieën:
- 1. compositie; 2. instrumentatie; 3. dynamiek; 4. articulatie; 5. tempoaanwijzingen.
- In onderstaand overzicht de resultaten van een paar vergelijkende
steekproeven.
- 1. compositie.
- Wöss heeft de partituur niet alleen opnieuw geïnstrumenteerd,
hij heeft ook op een aantal plaatsen Bruckners meerstemmigheid veranderd
door nieuwe partijen te schrijven.
- 2. instrumentatie.
- Bruckners origineel wordt gekenmerkt door 'klankblokken' in primaire
strijkers- en blazerskleuren met typerende scherpe
overgangen die werken als wisselende orgelregistraties. Wöss laat in zijn
revisie van de partituur niets ongemoeid. Hij is ijverig bezig geweest door
de strijkerspartijen te verdubbelen in de houtblazers de primaire kleuren te
vervangen door mengklanken . Tevens wordt de scherpe omlijning van de
'klankblokken' weggewerkt door het aanbrengen van geleidelijke overgangen in
de instrumentatie. Het resultaat is dat de karakteristieke Bruckner-klank
wordt
vervangen door een Brahms-klank veroorzaakt door de kenmerkende vrijwel permanente
combinatie van strijkers, hout en hoorns. Waar Bruckner schrijft voor 2
hoorns maakt Wöss er 4 van. Waar Bruckner wacht met de trompetklank tot de inzet van het
Gloria, gebruikt Wöss ze al in het Christe eleison en het 2e
Kyrie-deel. Bruckner specificeert nog uitdrukkelijk het 18e
eeuwse trombonetrio: alt, tenor en bas en sluit daarbij aan bij de Weense
klassieke traditie. Wöss laat het type trombone in het midden, maar dacht
ongetwijfeld aan TTB.
- m.25-26, Bruckner schrijft alle noten met accent en zonder bogen; Wöss
verwijdert de accenten, voegt bogen toe en tevens een discutabel dynamisch
voorschrift.
- m.55, Wöss herschrijft de trombonepartijen ingrijpend.
- Soms verandert Wöss ook de vocale partijen:
- m.67, Bruckner, sopraansolo&sopranen 2 aparte stemmen; bij Wöss: geen
s-solo, koor zingt solo-s-partij.
- 3. dynamiek.
- Wöss voegt soms zeer plausibele en soms zeer aanvechtbare dynamische
voorschriften toe. De huidige standaard van verantwoord muziek uitgeven is
dat dergelijke arbitraire toevoegingen met haken of gestippelde lijnen
worden aangeduid. Bruckner's accenten worden door Wöss verwijderd. Dat
'abmildern' van de vitaliteit van de muziek is is geheel in de geest van die
tijd. Wöss doet precies hetzelfde als wat Brahms deed als redacteur bij de
laat-19e eeuwse Schubert-uitgaven.
- 4. articulatie.
- Terwijl Bruckners bogen nog een 18e eeuwse fantasie voorkeur voor
afwisseling en onregelmatigheid vertonen lijdt Wöss revisie aan het
gelijkheidspricipe: alle bogen worden even lang gemaakt.
- 5. tempoaanwijzingen.
- Wöss voegt vooral tussentijdse klein- en grootschalige versnellingen en
vertagingen toe, zoals 'nach und nach etwas bewegter' en ritenuto. Op
zichzelf is er niets tegen dergelijke interpretatieve beslissingen, maar het
is wel voor een dirigent van belang om te weten of het gaat om een
Bruckner-idee of een voorstel van Wöss.
-
- De conclusie van dit korte vergelijkende onderzoekje? De Wöss-Fassung is
weliswaar een curieus historisch document maar moet door elke dirigent met
respect voor Bruckner worden verworpen.
© Daan Admiraal