Strawinski: de drie/vier grote Russische balletten.
 
De premières in Parijs van zijn drie grote Russische balletten L'Oiseau de Feu (1910), Petroesjka (1911) en Le Sacre du Printemps (1913) veranderden Strawinski van een onbekende 1 jonge Russische componist uit Sint-Petersburg (een van de vele leerlingen van Rimski-Korsakov) in het bejubelde boegbeeld van de moderne muziek in de hele muziekwereld. In de schaduw van deze magistrale orkestrale ballet-trilogie staat een vierde Russisch ballet, Les Noces (1923), het in het muziekleven ten onrechte zo veronachtzaamde meesterwerk voor koor, 4 solisten, 4 piano's en slagwerk.
De première van 'de Sacre' was een van de grootste schandalen in de muziekgeschiedenis - een schandaal dat overigens alleen maar heeft bijgedragen aan de roem van het stuk en zijn maker.
 
Bij elke bespreking van de balletten is Strawinsky's naam onlosmakelijk verbonden met Sergej Diaghilev (1872-1929), de beroemde impressario van het balletgezelschap Les Ballets Russes (1909-1929). Zonder Diaghilev hadden we geen Vuurvogel en geen Petroeska gehad. Diaghilev was namelijk veel meer dan een impressario 2 : hij had een feilloos instinct voor jong talent  en wist met zijn charmes en zijn dwingende persoonlijkheid de grootste kunstenaars aan zich te binden. Diaghilev was in alle stadia, van voorbereiding tot tijdens de uitvoeringen het artistieke zenuwcentrum van de producties.
 
                                                        
                                                                                                 Strawinsky en Diaghilev.
 
 
  L'Oiseau de Feu Petroesjka Le Sacre du Printemps Les Noces
premiere 1910, Parijs olv. Gabriel Pierné 1911, Parijs olv. Pierre Monteux 1913, Parijs olv. Pierre Monteux 1923, Parijs olv. Ernest Ansermet
gezelschap Les Ballets Russes, Sergej Diaghilev Les Ballets Russes, Sergej Diaghilev Les Ballets Russes, Sergej Diaghilev Les Ballets Russes, Sergej Diaghilev
scenario Alexandre Benois Alexandre Benois&Igor Strawinski Nicolas Roerich geen scenario
choreografie Mikhail Fokin Mikhail Fokin Vaslav Nijinsky Bronislava Nijinska
dansers
 
 
 
L'Oiseau de feu: Karsavina
Tsarevna: Fokina
Ivan Tsarevich: Fokine
Kastsjei: Bulgakov
Petroesjka: Vaslav Nijinsky
Ballerina: Tamara Karsavina
Blackamoor: Orlov
 
Chosen Victim: Marie Piltz
Wise Elder: Varontsov
 
 
 
costuums Alexandre Golovine; Leon Bakst Alexandre Benois Nicholas Roerich Natalia Goncharova
decor Alexandre Golovine Alexandre Benois Nicholas Roerich Natalia Goncharova
 
L'Oiseau de Feu, Petroesjka en Le Sacre du Printemps worden nog steeds door de grote balletgezelschappen gebracht maar begonnen na hun balletpremières vooral een zegetocht in de concertzaal. Ze zijn sindsdien klasiek standaardrepertoire bij alle grote orkesten en iconen van de moderne 20e eewse muziek. Hun uitwerking op het publiek is onverflauwd: ze hebben nog steeds in de grote concertzalen over de hele wereld een overrompelende uitwerking. Bij die concertante uitvoeringen moeten we niet te vergeten dat het niet om abstracte symfonische muziek gaat maar om balletmuziek die deel uit maakte van opwindende totaalprodukties waarin vele kunstdisciplines samen kwamen: de beeldenrijke tekst van het libretto, fascinerende nieuwe muziek en moderne dans met  kleurrijke kostuums en decors van grote kunstenaars. De kostuum- en decorontwerpen zijn verspreid over de hele wereld nog steeds in diverse musea te bewonderen.
 
Léon Bakst: costume for the Firebird, 1910.                     Published in 'L'Art Decoratif de Leon Bakst'. (Paris, 1913). Museum of Metropolitan Art, New York, USA. Alexandre Benois. The Moor. 1911. Costume sketch for "Petrushka". Watercolor, pencil, golden and silver paints on paper. Bolshoi Theatre Museum, Moscow.
Roerich, Maiden, Le Sacre du Printemps, 1912.
Gouache, ceruse, watercolour, lead pencil, indian ink, pen on paper on cardboard. National Library, Paris.
 
 
Vanwege het samengaan van vele kunstvormen worden de Russische balletten wel met de verwarrende Wagneriaanse term 'Gesamtkunstwerk' omschreven. Dat woordgebruik is om twee redenen ongelukkig. In de eerste plaats omdat Wagner met Gesamtkunstwerk zijn eigen opera's bedoelde en in de drie grote Strawinsky-balletten de menselijke stem, het meest essentiële onderdeel van elke opera, ontbreekt. Maar er is een tweede reden om de Wagneriaanse term Gesamtkunstwerk niet voor Strawinski's balletten te gebruiken en dat is de totaal tegengestelde esthetiek die beide componisten nastreefden. Strawinski zei op hoge leeftijd ooit in een interview dat hij zich zijn hele leven heeft afgezet tegen Wagner om zichzelf te kunnen zijn.
 
Strawinski heeft zich als jong componist ook sterk afgezet tegen het starre academisme van de Nieuwe Russische School waarin zijn collega's als slaafse navolgers van Glinka, Tsjaikofski en Rimski-Korsakov waren blijven steken. Zelfs Rimski-Korsakov was er op het eind van zijn leven van overtuigd dat de het op folklore gebaseerde componeren aan zijn einde was. 'But still, it seems to me that this period is near its end. Look what a crowd there is now writing folk chorusses and khorovod songs. It's getting harder and harder to come up with something truly original in folk style.' 3
Door de nadruk die ook anderen op Strawinski's compositorische vernieuwingen legden ontstond de mythe van zijn radicale stijlbreuk met de Russische traditie. Het is de grote verdienste van de Amerikaanse musicoloog Richard Taruskin dat hij die mythe heeft ontmaskerd in zijn monumentale studie Strawinsky and the Russian traditions. 4 We kunnen mede op grond van het overweldigende feitenmateriaal dat Taruskin opvoert (onder andere op basis van tot voor kort in het Westen onbekende Russische bronnen) alleen maar concluderen dat Strawinski's muziek volledig is geworteld in de Russische traditie en daar een absoluut en afsluitend hoogtepunt van vormt.
 
Voor concertante uitvoeringen van de balletmuziek in de concertzaal stelde Strawinski uit de originele ballet-partituur van L'Oiseau de Feu (1910) in totaal drie orkestsuites (1911, 1919, 1945) samen. Ze bestaan uit de muzikale hoogtepunten uit de balletmuziek met weglating van de episodes die zonder ballet te weinig muzikale zeggingskracht hebben. Wij kunnen daarom dus niet spreken van 'de' Vuurvogel: er zijn vier verschillende versies. Ze zullen in een apart artikel worden besproken. Naast de zojuist genoemde muzikale argumenten waren er voor het samenstellen van de drie suites nog diverse andere redenen. Een daarvan was zuiver praktisch. De originele balletpartituur, L'Oiseau de Feu -1910 en de Suite-1911 zijn geschreven voor een grote orkestbezetting met viervoudige houtblazers en een kopergroep met drie trompetten: 4444-4331. Dat betekent voor veel orkesten het inhuren van extra spelers. Bovendien zijn de 3 harpen (1910&1911) en een ' banda' van extra koperblazers (1910) nog een extra kostenpost. 5  De Suites-1919&1945 hebben een 'reduced scoring'  van dubbel hout en 2 in plaats van 3 trompetten waardoor ze voor veel meer orkesten bereikbaar werden: 2222-4231. Ook werden de 3 harpen vervangen door 1 harp en 1 piano.
 
Strawinski voelde bij Petroesjka geen behoefte om coupures te maken. Hij zei ooit tegen Tsjerepnin: 'Mijn partituren zijn in wezen net als bankcheques. Neem een enkel onbetekenend detail weg van de cheque en hij houdt op echt te zijn.' Van Petroesjka verscheen dan ook geen aparte balletsuite. In 1947 verscheen er wel een 'revised edition'. De oorspronkelijke 1911-versie en de 1947-versie worden sedertdien allebei veel uitgevoerd. Er zijn grote verschillen tussen beide versies in instrumentatie en in de ritmische notatie. Die verschillen worden in een ander artikel besproken. Echt nieuwe noten in de 1947-editie zijn de alternative 'concert endings'. Toch zijn er sterke muzikale argumenten om bij concertuitvoeringen van Petrushka de originele ballet-endings aan te houden. Zo is het slot van het ballet (Petroeska's dood en de vreesaanjagende verschijning van de 'geest van Petroeska' ) veel beklemmender dan de 'concert ending'. 6 Het is ook de keuze tussen een verstild tragisch slot en het applausopwekkende crescendo-boem-uit!
 
Van Le Sacre du Printemps verscheen nooit een aparte concert-suite. Het is zo'n organisch meesterwerk dat er gewoon geen maat uit kan zonder dat het een amputatie wordt. Dat betekent dat op concerten altijd de complete balletmuziek wordt gespeeld. Wel verschenen van de Sacre diverse revised versions, waarin de vele drukfouten werden verbeterd.
 
Tot slot blijven er drie nog niet genoemde aanleidingen tot de revised versions over.
1. De stilistische ontwikkeling van Strawinski werd na de ballet-trilogie gekenmerkt door een steeds verdergaande versobering: meer zeggingskracht met minder noten. De plaatsen waar de oorspronkelijke partituur al snel te wollig klinkt kregen in de concertsuites van L'Oiseau de Feu 7  en de revisies van Petroesjka en Sacre meer articulatie: van olieverfschilderij naar de scherpe contouren  van de ets.
2. Ook Strawinski's voortschrijdend inzicht als dirigent van zijn eigen werken heeft een rol gespeeld bij een belangrijk aspect van de revisies: complexe ritmes werden ten behoeve van de orkestpraktijk zo herschreven dat ze voor dirigent en spelers veel makkelijker konden worden uitgevoerd.
3. Een laatste en zeer belangrijk argument voor Strawinski om zijn werken te reviseren was het auteursrecht, dat in diverse landen zo verschillend en in zijn nadeel was geregeld. Het was hem een doorn in het oog dat zijn populairste werken veelvuldig werden uitgevoerd zonder dat hij daarvoor de revenuen kreeg. Via de revised editions kreeg hij weer de beschikking over die belangrijke bron van inkomsten. Diaghilev zei al dat het zakelijk instinct van Strawinski in de laatste 2 letters van zijn voornaam besloten lag: or=goud.
 
Lees meer over Strawinsky, Firebird
 
Stravinsky and the Theatre: A catalog of decor and costume design for stage productions of his works 1910-1962 (First Edition)‎.
‎New York: New York Public Library 1963 paperback . First Edition. Softcover. First Edition first printing. Near Fine in wrappers.‎
 
 
Voetnoten.
1. Na de dood van Rimski-Korsakov gaf Glazoenov een opsomming van diens meest getalenteerde leerlingen: Arensky, Ljadov, Ippolitov-Ivanov, Tserepnin, Zolotarjov en Sokolov en Stejnberg. Strawinsky was daar niet bij. terug naar waar ik was
2. In 2009 verscheen een prachtige Nederlandstalige biografie van Sjeng Scheijen: Sergej Diaghilev / Een leven voor de kunst. 2009. Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 978 90 351 2997 9.  terug naar waar ik was
3. Bron: Taruskin-I, p.718  terug naar waar ik was
4. Richard Taruskin, Strawinsky and the Russian traditions. Oxford University Press. 1996. ISBN 0-19-816250-2 
5. Strawinsky zei zelf daarover: 'The orchestral body of The Firebird was wastefully large'. (Expositions and Developments) terug naar waar ik was
6. Strawinsky: 'But it is obvious to any perceptive musician that the best pages in Petroushka are the last'. (Expositions and Developments) terug
7. Strawinsky: 'my feelings toward it are purely those of a critic' en 'I have allready critisized The Firebord twice, in my revised versions of 1919 and 1945'.
(Expositions and Developments) terug naar waar ik was