Vespers
Vespers waren een belangrijk onderdeel van het officie (officium=dienst), het
geheel van de dagelijks op vaste uren terugkerende koorgebeden, die vooral in
kloosters en kathedrale kerken werden gezongen. De meest uitgebreide
gebedsdiensten, die ook muzikaal het belangrijkst waren, vonden plaats bij
zonsopgang. De dag begon met de metten (nachtwake), en de daarop aansluitende
lauden. Bij zonsondergang waren er de vespers (het avondgebed) en tenslotte de
completen (laatste avondstonde na de vespers of voor de nachtrust). Daartussen
kwamen de zogenoemde ‘kleine uren’: prime (het eerste uur, 6.00), terts (het
derde uur, 9.00), sext (het zesde uur, 12.00), none (het negende uur, 15.00).
Het officie was bestemd voor de religieuzen en staat los van de mis, die voor
alle gelovigen was.
Nadat eeuwenlang op vesperdiensten uitsluitend het eenstemmige gregoriaans was
gezongen, ontstonden vanaf het begin van de 15e eeuw meerstemmige Magnificat- en
Hymnezettingen. Later kwamen daar in toenemende mate meerstemmige
Psalmcomposities bij, terwijl we aan het einde van de 16e eeuw een plotselinge
opkomst van meerstemmige antifooncomposities zien. Vanaf de vroege barok (de
vroege 17e eeuw) zien we vespercomposities met prachtlievende instrumentale
begeleiding.
De beroemdste vespercompositie voor solisten, (koor?) en vroeg-barok orkest zijn
de 'Maria-Vespers' (1610) van Claudio Monteverdi. Ook Mozarts 2
vespercompossities uit zijn tijd in Salzburg, de
Vesprae de Dominica KV 321 en de Vesprae
solennes de confessore, KV 339 worden nog regelmatig uitgevoerd. Ook de Oosterse
kerk waarin slechts a capella wordt gezongen kent de vesperdienst. Een
belangrijke 'Oosterse' vespercompositie zijn de 'Vespers' (Vsenoshchnoye
bdeniye, 1915) van Sergei Rachmaninov (1873-1943).
De Roomse liturgische voorschriften voor de vespers staan beschreven in het
Breviarium Romanum van paus Pius V (1568). De voorschriften hieruit bleven
geldig tot 1911, toen Pius X met nieuwe voorschriften kwam. In 1971 bracht het
Tweede Vaticaans Concilie nieuwe veranderingen. Hoe sterk de meerdelige vorm van
de vespercomposities van Mozart en Monteverdi is bepaald door de
voorschriften van de Roomse liturgie is uit
onderstaande tabel af te lezen.
| Roomse liturgie | Monteverdi, Vespro della Beata Virgine (1610) | Mozart KV 321 Vesprae de Dominica | Mozart KV 339 Vesprae solennes de confessore |
| Invitatorium: Psalm 69 | Invitatorium: Deus in adiutorium meum intende (Psalm 69) | ||
| 5 psalmen, voorafgegaan en afgesloten met de specifieke bijbehorende antifoon. | Dixit Dominus (Ps 109/110) | Dixit Dominus (Ps 109/110) | Dixit Dominus (Ps 109/110) |
| Laudate pueri (Ps 112/113) | Confitebor (Ps 110/111) | Confitebor (Ps 110/111) | |
| Laetatus sum (Ps 121/122) | Beatus vir (Ps 111/112) | Beatus vir (Ps 111/112) | |
| Nisi Dominus (Ps 126/127) | Laudate pueri (Ps 112/113) | Laudate pueri (Ps 112/113) | |
| Lauda Jerusalem (Ps 147) | Laudate Dominum (Ps 116/117) | Laudate Dominum (Ps 116/117) | |
| Sonata sopra Sancta Maria | |||
| Lectio | |||
| Hymne | Ave maris stella | ||
| Versiculum | |||
| Magnificat | Magnificat | Magnificat | Magnificat |
In een moderne concertuitvoering van een vespercompositie van Mozart
ontbreken meestal de nodige liturgische gezangen die in de oorspronkelijke dienst Mozarts muziek
hebben omlijst.