| . Als een opgejaagde bedelaar klampte hij voorbijgangers aan om muntjes. Hij had zich erg verheugd op een avond lekker muziekmaken |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| o ja, ik zie het al! | Ik zoek | maar het is natuurlijk |
| het duizelde hem even. Het was een drukke dag geweest op het werk. |
| Jullie zingen dat ritme | wat zegt hij nou? |
| Hij voelde een duideling opkomen. | Vier voor? | De dokter had gezegd: Jij met je hoge | ||||||
| moet iets ontspannends gaandoen! | jij houdt toch zo van muziek: ga zingen op een koor! | |||||||
| 'Let op de | van de | passage bij |
| Ze zouden | binnenkort | lekker | op | vakantie | gaan | maar | eerst nog dat concert. |